Wie Marcel (58) op televisie ziet, kan de indruk krijgen dat hij blaakt van het zelfvertrouwen. Maar schijn bedriegt. De schrijver/journalist, die tegenwoordig ook cabaretier is, vermijdt de spiegel. “Ik scheer me onder de douche, zodat ik niet naar mezelf hoef te kijken.”
Dit interview met Marcel komt uit de juni-editie van Beau Monde. Nog héél even in de winkels en daarna te bestellen via Tijdschrift.land.
"Ik heb zoveel dingen tegelijk ontwikkeld dat ik een overloaded head heb. Daardoor voel ik me redelijk overspannen, maar de situatie is stabiel. Hard werken vind ik lekker. Daarbij doe ik voor het eerst in jaren iets nieuws met mijn cabaretvoorstelling. Ik moet mezelf heruitvinden en echt mijn best doen om er in het theater iets van te maken."
"Het is nogal een verschil of je ’s ochtends in alle anonimiteit in een podcastmicrofoon staat te tetteren of in een zaal staat met driehonderd hongerige ogen die je anderhalf uur moet onderhouden. Ik vind het leuk dat ik mezelf ontwikkel en iets doe waar ik hopelijk beter in word."
"Nooit opgeven, altijd doorgaan. Het gat is aan de andere kant van de berg. Iedere beklimming is moeilijk."
"Of ik een tatoeage heb met een van mijn levensmotto’s? Nee, ik heb er wel eentje van een man met een verbonden hoofd op mijn dijbeen. Dat is het wapen van Wormer, onze vorige woonplaats. De lokale tatoeëerder heeft ’m gezet. Het gevolg van een uit de hand gelopen weddenschap. Gelukkig zit het op een plek die mensen niet zien."
"Toen ik twee jaar geleden van Wormer terugverhuisde naar Amsterdam. Met de staart tussen de benen waren we in 2017 vanuit Betondorp vertrokken naar Wormer. Daar hebben we zeven magere jaren gehad en nu leven we weer in een gebied waar mensen elkaar groeten op straat. Ik loop weer voor de lol naar buiten, heb praatjes. Dat heeft een tijdlang voor een zegevierend gevoel gezorgd."
"Tegelijkertijd moet ik nu werken voor de hypotheek, want de huizen in Amsterdam zijn niet goedkoop. Dat is een nieuwe dimensie, vandaar dat ik nu ook in de theaters sta. En natuurlijk voor de creatieve uitdaging. Ik wil de mensen iets geven."
'Eva ging op mijn bureau zitten en het was liefde op het eerste gezicht.'
"Mijn roekeloosheid. Ik stort mezelf regelmatig vol overgave in dingen waar ik niet heel lang over nagedacht heb. Aan de ene kant bewonder ik die karaktertrek van mezelf, omdat ik in ieder geval wel opensta voor impulsen. Maar daarna zit ik met de gebakken peren. Een paar jaar geleden heb ik bijvoorbeeld geld geïnvesteerd in iets omdat ik dacht: dit is het moment. Nou, dat bleek helemaal niet het moment."
"Vechtlust. Ik wilde niet later in een Vinex-woning wonen en me elke dag laten afbeulen op mijn werk, met als enige lichtpuntje drie weken zomervakantie in Zwitserland en dan ook nog uitgekafferd worden door je drie puberkinderen. Dat is wat ik bij mijn vader zag. Het uitzichtloze, nul plezier meer hebben in je baan en dan nog tien jaar moeten."
"Dat leven ben ik op kleine schaal gaan imiteren in Wormer, maar dat heb ik godzijdank weten te overwinnen."
"Ik heb heel lang te weinig geld gehad. Dan let je automatisch op wat je uitgeeft. De laatste jaren komt er meer geld binnen, maar ik probeer nog altijd te letten op mijn uitgaven. Zodra de belasting in zicht komt, geef ik het steeds moeizamer uit."
"Als er wel genoeg op de rekening staat, dan ga ik graag op vakantie. Maar het aantal vakantielanden neemt per bombardement af, dus ik weet niet of er nog iets overblijft."
"Kleding kopen haat ik. Naar zo’n winkel gaan, iets uit het rek pakken, in het pashokje ontdekken dat de maat natuurlijk weer niet klopt en dat er dan zo’n verkoper achter je gaat staan die zegt: ‘Goh meneer, dit staat je léúk!’"
"Het aardige van werken in de tv-wereld is dat je kleding krijgt aangemeten door een stylist die erover nagedacht heeft. Zij weet wat me staat, hijst me in een pak en vaak denk ik dan: dit is best aardig. Die outfits koop ik van haar, zodat ik er zelf niet over na hoef te denken."
"Eva Hoeke. Zij heeft me gered. Ik ontmoette haar op de redactie van HP/ De Tijd, waar ik als redacteur werkte. Zij ging op mijn bureau zitten en het was liefde op het eerste gezicht. Niet lang daarna hebben we iets met elkaar gekregen."
"Het leven is beter geworden sinds ik haar ken. Ze heeft structuur gebracht en ze heeft me kinderen, mijn drie andere grote liefdes, gegeven. Dat heeft me iets gebracht waarvan ik niet wist dat het bestond, namelijk een zekere onbaatzuchtigheid, het idee dat je het voor anderen doet. Op een zeker moment in mijn leven deed ik alles voor mezelf. De huidige situatie bevalt me veel beter."
"Op de podcast Weer een dag die ik met Gijs Groenteman maak. Ik heb op dat vlak wel een talent in mezelf ontdekt, vind ik. Ik ben ook trots op de reportagepodcast Daar gaan we weer die ik sinds kort maak, omdat ik het cult vind dat ik het maken van reportages op de kaart heb gezet in Nederland. Ik weet niet zeker of dat helemaal waar is, maar ik maak het zelf waar."
"De theatertour Ik mag niet klagen is ook een persoonlijk hoogtepunt, want wie had dat gedacht, dat ik ooit in het theater zou staan? Toen ik nog als journalist voor tijdschriften werkte, was ik niet eens in staat om voor een handvol collega’s een praatje te houden van twee minuten zonder te vermorzelen tot een hoopje zand."
"Mijn vader had dat ook. Bij het afscheidspraatje tijdens zijn pensionering kwam hij totaal niet uit zijn woorden, hij baadde in het zweet en zei uiteindelijk maar één zin met een beeldspraak waar niets van klopte: ‘Als ik niet kalend was, zou ik een kam ter hand nemen en mijn haar naar achteren kammen.’ De hele zaal keek hem aan met een blik van: wat zeg je nou? Maar hij wist het zelf ook niet meer en liet het erbij. Ik ben er trots op dat ik nu hele groepen mensen amuseer."
'‘Als ik twee minuten een praatje hield voor collega’s vermorzelde ik al tot een hoopje zand.’
"Een paar weken geleden, in een café om de hoek. Hoewel het een heel leuke avond was, heb ik daarna besloten dat ik geen alcohol meer wil drinken. Ik word larmoyant, ik kan geen maat houden. Dan begin ik dom te lullen en heb ik de volgende dag een enorme kater. Ik kan er niet goed meer tegen, dus de lasten wegen niet meer op tegen de lusten."
"We woonden in Velp, waar niets gebeurde en niemand kwam. Ik had geen idolen. We zijn wel een keer met het hele gezin naar de huldiging van The A-Team geweest. Zij kwamen in 1984 naar Nederland en vlogen met een helikopter naar onder meer Harderwijk, Sneek en Arnemuiden. Wij gingen weleens voor de lol een eindje rijden, dus mijn vader zei: ‘Kom, we gaan naar The A-Team.’ Wij helemaal blij. Ik herinner me dat we The A-Team enorm hebben toegejuicht, maar ik weet niet of ik daar nu nog achtersta."
"Ja. Niet altijd geweest, in het verleden. Maar in deze relatie wel. Dat blijft ook zo. Ik geloof wel in monogamie als concept, zeker in de levensfase die ik nu aan het betreden ben."
"Daar denk ik soms over na. Ik wil heel graag reïncarneren. Dat je een soort geest bent die door de lucht vliegt en in het lichaam van een van je kinderen kan komen om ze te helpen. Ik zou het leuk vinden als dat zo was, dan is het allemaal niet voor niets geweest."
"Heb je even? Dat zijn er meerdere geweest. Ik weet nog goed dat ik als freelance journalist helemaal geen werk meer had. Ik woonde toen op een etage in de Amsterdamse Pijp. De huur werd steeds duurder, dus het kostte me iedere maand grote moeite om de eindjes aan elkaar te knopen. Elke dag moest ik geld bij elkaar sprokkelen om een afhaalmaaltijd te kunnen kopen. Dat was samengevat mijn leven."
"Het einde van mijn puberteit in Velp vond ik ook niet echt een hoogtepunt. Het leven was vrij uitzichtloos en saai, met weinig perspectief. Aan de lerarenopleiding, die ik na de havo ging doen, bewaar ik ook weinig goede herinneringen. Als ik terugdenk aan vroeger, dan was het een aaneenschakeling van dieptepunten."
"Toch wel een 7. Ik vind ijdelheid niet slecht. Je hebt allemaal je fases, waarin je wat beter of slechter voor jezelf zorgt. Maar verwaarlozing is erg, dan kun je beter ijdel zijn. Maar wel in normale proporties."
"Ik vermijd de spiegel. Ik scheer me expres onder de douche, zodat ik niet naar mezelf hoef te kijken. Aan de andere kant heb ik sinds kort wel een beugel. Ik heb een wandelende voortand, wat inhoudt dat je voortand steeds verder verschuift. Daarom heb ik nu zo’n invisible beugel, zodat het weer prachtig recht komt te staan. Dat had ik vroeger nooit gedaan, al die moeite."
"Of ik mijn haar verf? Is dat een serieuze vraag? Nee, ik verf mijn haar niet. Mensen hebben me wel verweten dat ik mijn haar verf, overigens. Dat is een kwestie van belichting; soms lijkt het in de studio ineens een beetje rood of bruin. In werkelijkheid is het grijs en waarom zou ik mijn haar grijs verven?"
“Wilskracht. Om met de titel van mijn theatershow te eindigen: ik mag niet klagen.”
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.
Online onbeperkt lezen en Beau Monde thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct